Hart- en vaatziekten

Wat is CVRM?

CVRM staat voor Cardio Vasculair Risico Management. Risicofactoren voor hart- en/of vaatziekten zijn factoren die maken dat u een verhoogde kans heeft op vernauwing van de slagaderen (aderverkalking), angina pectoris (pijn op de borst), een hartinfarct of een beroerte. Als u een erfelijke aanleg heeft voor het krijgen van hart- en/of vaatziekten dan kunt u die erfelijke aanleg niet veranderen. Maar risicofactoren zoals roken of hoge bloeddruk zijn wel te beïnvloeden. U kunt dus zelf iets doen om de kans op hart- en/of vaatziekten te verminderen.

Belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten 

Dit zijn personen met:

  • een hart- en vaatziekte (hebben gehad)
  • diabetes mellitus (suikerziekte)
  • reumatoïde artritis
  • chronische nierschade
  • roken
  • hoge bloeddruk
  • een verhoogd cholesterolgehalte
  • mannelijke familieleden jonger dan 55 jaar en vrouwelijke familieleden jonger dan 65 jaar met hart- of vaatziekte 
  • te weinig lichaamsbeweging
  • overmatig alcoholgebruik
  • ongezonde voeding
  • overgewicht
  • stress

Het risico op hart- en vaatziekten neemt toe met de leeftijd en is voor mannen groter dan voor vrouwen. Sommige factoren geven meer risico dan andere; samen versterken ze elkaar.

Wat u zelf kunt doen

Om uw risico op hart- en vaatziekten te verlagen is het belangrijk gezond te leven. Dat kan betekenen dat u bepaalde leefgewoontes moet veranderen. Als u rookt is het heel belangrijk dat u hiermee stopt, omdat uw risico op hart- en vaatziekten hierdoor sterk vermindert. Probeer gezond en gevarieerd te eten. Drink niet meer dan één glas alcohol per dag. En zorg dat u tenminste vijf dagen per week een half uur per dag actief beweegt. 

Uw behandelteam bij (het voorkomen van) hart- en vaatziekten 

Samen met uw huisarts of de praktijkondersteuner die uw huisarts ondersteunt, maakt u een individueel behandelplan en bespreekt u welke adviezen of actiepunten belangrijk zijn.

Het behandelteam bestaat uit:

  • Uzelf
  • De huisarts, als eindverantwoordelijke en eerste aanspreekpunt. 
  • De doktersassistente, uw eerste contact voor als u uw huisarts nodig heeft.
  • De praktijkondersteuner/verpleegkundige in uw huisartsenpraktijk, contactpersoon voor uw individuele zorgplan. Voert namens de huisarts een aantal behandelingen en controles uit. 
  • De diëtist, geeft u voedingsadvies op maat en maakt een behandelplan.
  • De specialist (internist, cardioloog of neuroloog) kan eventueel ingeschakeld worden door de huisarts voor overleg. 

Wat is hartfalen?

Bij hartfalen pompt het hart minder bloed rond dan normaal. Dit kan komen doordat het hart minder goed kan knijpen. Of omdat het hart zich minder goed vult met bloed. Hierdoor krijgen organen minder zuurstof en voedingsstoffen. In het begin hebben mensen met hartfalen meestal niet veel klachten. Als de pompfunctie van het hart ernstig verminderd is, dan ontstaan klachten zoals vermoeidheid, vocht vasthouden en kortademigheid. Hartfalen is een ernstige aandoening, waarbij de pompfunctie langzaam afneemt.

Behandeling

De behandeling voor hartfalen bestaat meestal uit medicijnen en adviezen voor een gezonde leefstijl. Soms wordt de oorzaak van het hartfalen behandeld door bijvoorbeeld een dotterprocedure of een hartklepoperatie.

Wat u zelf kunt doen

Door gezond te leven vergroot je de kans op succes van de behandeling. Rook niet, beweeg voldoende, eet gezond, wees matig met zout, wees matig met alcohol en leer goed omgaan met spanningen. 

Uw behandelteam

Wanneer u bent terugverwezen door de cardioloog naar uw huisarts. Dan is de huisarts uw behandelaar, het kan zijn dat de praktijkondersteuner controles uitvoert. De hartfalenpolikliniek blijft dan bereikbaar voor de huisarts voor overleg. 

Meer informatie

Lees hier meer informatie over het Leefstijlprogramma.